Blog

‹ alle artikelen

Over de vitale mobiele samenleving

18 januari 2019 door Danny Edwards

Mike Bérénos is initiatiefnemer van de NMTM: New Movements in Transport&Mobility. Een stichting die het werkveld mobiliteit vanuit een visie op de 'vitale mobiele samenleving' vooruit wil helpen. Met open oog voor samenwerking met ICT-ers en stedenbouwers. Hoe ziet hij dat voor zich?

Je bent de verkeerskundige met de brede blik.

Klopt. Ik ben in 1970 afgestudeerd aan de TU Delft, Civiele Techniek, afstudeerrichting Verkeerskunde. Heb daarna in Duitsland gewerkt en was in 1972 betrokken bij de oprichting van de Verkeersacademie in Tilburg, nu ondergebracht in Breda. Een toen heel multidisciplinair instituut, want verkeer is meer dan wegen aanleggen. Dus daar liepen niet alleen techneuten rond, maar ook collega’s stedenbouw, psychologie, recht, sociologie, economie etc. Die brede blik werd me daar met de paplepel ingegoten.
Zo’n opleiding bestaat niet meer. We leven in een verkokerde wereld. Met verticaal de bestuurslagen en horizontaal de modaliteiten. Terwijl samenwerken noodzakelijk is. Dáár ligt toch de sleutel voor een ter zake doende vakgebied?

Zie je vooruitgang?

Het gaat nu hartstikke goed met verkeerskunde als vakgebied. Twintig jaar geleden was het lethargie all over. Nu gebeurt er heel veel, met name door technologische innovaties. Neem de zelfrijdende auto. Die heeft wel wat teweeg gebracht.
Ik heb in 2010 een blog geschreven: ‘Naar een nieuwe verkeerskunde’. Dat is goed opgepakt en heeft in 2013 tot een serieus eerste vakdebat geleid. Daar kwamen twee belangrijke conclusies uit. Het vakgebied verkeer is ten eerste versnipperd, veel afzonderlijk opererende eilandjes. En het is ten tweede niet pro-actief. We hobbelen achter de stedenbouwers aan. Die bedenken allerlei plannen en wij mogen achteraf uitrekenen hoeveel parkeergarages of rijstroken er nodig zijn.
In 2013 een transitieteam opgestart en in 2017 de stichting NMTM: New Movements in Transport & Mobility. Met als motto ‘Verbinden–Verbreden-Vernieuwen’. Dat zijn voor NMTM geen loze kreten, daar wordt stevig en met passie inhoud aan gegeven. Nou zijn er wel meer partijen die dat doen, maar NMTM heeft iets unieks, namelijk de focus op het Why, en puur en alleen gaan voor het fenomeen mobiliteit. Het vakgebied is er voor het bouwen aan een duurzame, vitale, mobiele samenleving.
Middelbare scholieren hebben aantoonbaar affiniteit bij verhalen over het Why van het vak. Als je deze jeugd alleen maar uitlegt wat een verkeerskundige doet haken ze af. Je moet met ze in gesprek over waarom mobiliteit belangrijk is, dan heb je ze te pakken. Het mooie is dat met het Why het werk van en voor verkeerskundigen veel interessanter wordt.

Stichting NMTM

Hoe zie je die mobiele samenleving voor je?

Om de 20, 25 jaar zie je dezelfde dingen gebeuren. Dan denk je, dat schiet toch niet op. De sociale dimensie van mobiliteit komt nu weer terug. Veel verkeerskundigen moet je dat nog steeds uitleggen. Die denken in ‘bereikbaarheid’ en ‘bestemmingen’. Maar het gaat over mensen, en het door mobiliteit kunnen participeren aan allerlei maatschappelijke activiteiten. We zitten nu weer midden in de files, nadat het een tijdje beter ging op de wegen. Dat laatste kwam natuurlijk doordat de economie op zijn gat lag. Maar verkeerskundigen zagen die verbetering als gevolg van ingrepen die zij bedacht en gerealiseerd hadden. Er is nu alweer tig miljard gereserveerd voor meer asfalt. Waanzin. We moeten echt rigoureus anders omgaan met mobiliteit en anders gaan ingrijpen. Veel fundamenteler bezig zijn met mobiliteit en transport. En dan begin je niet met het verkeerssysteem zelf. Maar met de mens, de maatschappij, communicatie, contacten en uitwisselingen willen. Daar liggen ook vaak de betere mogelijkheden en instrumenten om mobiliteit in de juiste banen te leiden. Zoals Aristoteles zei: ‘De mens is een gemeenschapsdier, hij is niet gemaakt om alleen te zijn’. Je moet dus kijken naar het communicatief systeem. Daarin heeft de burger naast fysieke ook digitale mogelijkheden om te communiceren. Die gaan ze steeds beter tegen elkaar afwegen. ‘Moet het met de auto of kan het ook via sociale media?’ Fysieke mobiliteit en digitale communicatie moet je daarom als één geheel zien. Ik geloof in een nieuw specialisme: de verkeerskundige die ook met de digitale mobiliteit bezig is. Maar fysieke mobiliteit op zich blijft natuurlijk wel hèt probleem.

Hoe pakken we die veranderingen aan?

Je moet in de buurten zijn. Kleinschalig; daar begint mobiliteit. Daar kun je mensen bewust maken van de consequenties van hun mobiliteitsgedrag. Op grote schaal lukt dat nauwelijks. Ik was laatst bij een gemeente. Ik heb gevraagd: Wat doen jullie in de buurten? Antwoord was: ‘Nou, een heleboel. Eerst data verzamelen, daarna gaan we analyseren en oplossingen bedenken’. Ze zeiden nog net niet: ‘Zo houden we de burgers rustig’. In ieder geval duidelijk een problem driven aanpak. Maar je moet er vision driven en geïntegreerd in stappen. Mobiliteit, maar ook gecombineerd met bijvoorbeeld zorg en veiligheid. Op buurtniveau kan dat integraal en toch praktisch.
Ook stedenbouwers pakken dat buurtniveau nu op. Met energiecoöperaties, urban farming, elektrische mobiliteit, etcetera. De Buurtauto en Buurtbus zijn ook mooie voorbeelden. Dat loopt enorm goed op bepaalde plekken. Wat opvalt is dat initiatiefnemers altijd de nadruk leggen op de sociale functie. Kunnen we dat alles niet in elkaar schuiven?

En met wie?

Vooral met wat genoemd wordt de aanpalende disciplines; verbreden. Met NMTM hebben we met brancheorganisatie Nederland ICT gepraat. Zij zeiden: ‘Je komt voor ons op het juiste moment. Want we willen meer met mobiliteit gaan doen’. Daar kunnen we iets bieden, en er valt voor ons iets te halen. Dat gesprek was een beginnetje en heeft eind 2018 geleid tot een event “Mobility meets ICT”, een eerste in de serie “Mobility meets” die we gaan organiseren. Zo willen we ook een stevigere brug slaan naar klimaat, naar energie, maar ook naar bijvoorbeeld filosofie. Jan van der Stoep is een filosoof die onderzoek deed voor de NS. Hij schreef het boekje ‘Een kwestie van bereikbaarheid, over mobiliteit en sociale verantwoordelijkheid’. Met de vraag ‘Waarom verplaatsen mensen zich eigenlijk?’ Over het Why, dat mensen met elkaar willen communiceren.

Wat is je stip op de horizon voor 2040?

Mijn geloof ss dat transport en mobiliteit in 2040 gericht zorg dragen voor een vitale, mobiele samenleving. Dat klinkt hartstikke vaag, maar heeft te maken met het slechten van muren tussen verkeerskundigen onderling én met allerlei andere disciplines. Verkeerskundigen als echte verbinders. Onderwijs, ga daar maar aan staan. Daarnaast heeft de burger tegen die tijd een veel bewustere omgang met mobiliteit. En pakt dus niet altijd zonder meer de auto. Dat nogal abstracte toekomstbeeld wil ik met het concrete handelen op buurtniveau voor elkaar krijgen.

Verkeerskundigen en stedenbouwers; wat kan er beter?

Stedenbouw/planologie is naast ICT de dichtstbijzijnde discipline voor de verkeerskunde. Maar veel van de huidige verkeersmensen zijn heel star. Ze leven in een introvert vakgebied en spreken een eigen taal. Wat vooral botst: Stedebouwers zien zichzelf als creatieven. Ze stellen altijd de vraag of het anders kan. Veel verkeerskundigen verdedigen normen en richtlijnen en hun enige ideale oplossing. Dit soort geluiden hoor ik nog te vaak. Onderwijs heeft daarin een belangrijke rol. Leer verkeerskundigen beter te luisteren. Leer ze dat de second best oplossing in breder verband bezien de beste kan zijn. De NHTV is daar volgens mij wel weer mee bezig.
Nu heb ik mijn studenten altijd geleerd: eerst de onderzoeksvragen, dan de hypothese, dan je onderzoek gaan doen, analyseren en de oplossing formuleren. Maar dat was eigenlijk verkeerd. Dat wil zeggen, je moet ook de context erbij betrekken. Dat heb ik niet overtuigend genoeg gedaan.
In een turbulente wereld moeten we er vooral op uit zijn mooie dingen te maken. Het begin is niet: wat wil ik weten van dit gebied, maar welke ambities, welke dromen hebben we? Vision driven. Problem driven komt daarna. Daar tussenin zit het op zoek gaan naar het DNA van het gebied. Wat is eigen aan het gebied?

Komt het goed?

Ik ben hartstikke optimistisch wat betreft een goede toekomst van het vakgebied. Maar daar is nog heel wat voor nodig. In een paar trefwoorden: vertrouwen in de ander, openheid en integriteit, bereidheid tot echt samenwerken, gaan voor de transitie en voor kansen en uitdagingen die er nu zijn, resultaat gericht en concreet met een vleugje vision driven.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

Praat mee

Heeft u zelf ervaring met het onderwerp van dit artikel, of heeft u een briljant idee? Laat dan hier uw reactie achter. Uw inzichten zijn voor dit project zeer waardevol!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kent u zelf een interessant project op het gebied van de zelforganiserende burger, mobiliteit en de stad? Of heeft u een goed idee of een uitgesproken mening? Mail ons dan op info@emergent.city. Uw bijdrage is voor dit project zeer waardevol!
×